Naar alle inzichten
AI & Society

Mens-Gerichte AI vs. AI-Geaugmenteerde Mensen: Waarom Eén Kant Kiezen Niet Genoeg Is

AI transformation isn’t about choosing between better tools or smarter people, it’s about human-AI collaboration that unlocks hybrid intelligence. In this co-authored article, we expose the false debate holding organizations back and reveal how to design for augmentation instead of delegation.

1. Het Valse Debat

Henri Allegra, Homo Promptus en Niels Quinten, Best Goed studio

Als je aan de meeste bedrijfsleiders vraagt hoe je AI-transformatie tot een succesvol uitvoert, krijg je één van twee antwoorden.

Eerste antwoord: verbeter de technologie. Zorg voor de juiste tools, integreer ze goed en pas ze aan op hoe mensen daadwerkelijk denken en hoe de organisatie al werkt. Als AI moeilijk te gebruiken is, niet intuïtief is of cultureel niet strookt, stokt de adoptie, hoe krachtig de tool ook is. De oplossing? Beter ontwerpen: mensgericht, empathisch en verankerd in de echte context van de organisatie.

Tweede Antwoord: verbeter de mensen. Train mensen, school ze bij, verander hun mindset. Als medewerkers AI afwijzen, verkeerd gebruiken of klakkeloos taken delegeren, ligt het probleem niet bij de tool, maar bij de gebruiker. De oplossing? Een cognitieve en culturele transformatie.

Beide argumenten klinken overtuigend. Beide zijn onderbouwd. En beide zijn onvolledig. Aan de ene kant presteert een perfect ontworpen AI onder de maat als de gebruikers er cognitief niet klaar voor zijn. Aan de andere kant loopt een team dat getraind is in AI-samenwerking al snel tegen een plafond aan als ze slecht ontworpen, contextdove AI krijgen. Het gevolg? Geen van beide benaderingen slaagt zonder de andere.  

Onderzoek bevestigt wat we in de praktijk vaak zien: de combinatie mens en AI presteert niet automatisch beter dan de meest capabele mens of de beste AI afzonderlijk. Bovendien is de toegevoegde waarde niet gegarandeerd noch gelijkmatig verdeeld (Vaccaro, Almaatouq & Malone, 2024). Het hangt er helemaal van af hoe goed de samenwerking is ontworpen en hoe bewust mensen ermee omgaan.

Met andere woorden: de vraag is niet welke van de twee transformaties het beste is. De vraag is waarom de meeste organisaties maar één van beide proberen en zich afvragen waarom de resultaten tegenvallen. De echte transitie is noch louter technologisch, noch louter organisatorisch; maar loopt door beide heen, tegelijkertijd. Wat volgt, is een betoog waarom het behandelen van deze twee benaderingen als alternatieven wel eens de duurste fout kan zijn die leiders op dit moment kunnen maken.

2. Twee noodzakelijke bewegingen

De eerste beweging: Cognitieve Evolutie

Henri Allegra, Homo Promptus

De menselijke kant van deze transformatie is de kant die de meeste organisaties onderschatten en die de meeste AI-leveranciers negeren. Wat de meeste bedrijven ‘AI-training’ noemen, lijkt meer op een inleiding tot een product: mensen de interface leren kennen, maar niet de samenwerken. Cognitieve evolutie is iets heel anders. Het is wat er gebeurt wanneer professionals niet alleen veranderen wat ze delegeren, maar ook hoe ze denken.

Echte cognitieve evolutie begint met het begrijpen van wat er in het menselijk brein gebeurt wanneer AI in het spel komt. Decennia aan cognitieve wetenschap leren ons dat mensen van nature taken, inspanningen en oordelen uitbesteden aan externe systemen als die beschikbaar zijn (Risko & Gilbert, 2016). Dat is simpelweg hoe we onze cognitieve belasting beheren. Het probleem ontstaat wanneer uitbesteden de standaard wordt: wanneer we stoppen met de vraag of we een oordeel moeten delegeren en het gewoon doen omdat we het kunnen. Dit is een andere vraag dan de automatiseringsdiscussie. Het gaat niet om wat AI met taken doet, maar om wat mensen met hun eigen denken doen wanneer AI beschikbaar is.

Efficiëntiewinst door taken uit te besteden kan samengaan met meetbare vaardigheidsverlies op de lange termijn (Grinschgl et al., 2021). Hoe vloeiender we AI gebruiken, hoe meer onzichtbaar we mogelijk de vaardigheden uithollen waar we juist op vertrouwen. Dit noemen we de delegatieval, en de meeste AI-adoptieprogramma’s leiden organisaties rechtstreeks er in.

Augmentatie vs. Delegatie: Het Grote Verschil

Bij Homo Promptus maken we een scherp onderscheid tussen delegatie en augmentatie. Delegatie betekent: laat AI het doen. Augmentatie zegt: laat AI mij beter maken in wat ik doe. Het verschil is niet sematisch, maar cognitief en cultureel.

Augmentatie vereist intentionaliteit: weten waarom je AI gebruikt en waarvoor, wat je wilt versterken en wat menselijk moet blijven. Maar intentionaliteit alleen is niet genoeg. Die moet gepaard gaan met agentiviteit, het gevoel dat je zelf de auteur bent van je eigen denken en beslissingen, ook wanneer AI diep betrokken is bij het proces. 

Samen vormen intentionaliteit en agentiviteit de dubbele voorwaarde voor echte augmentatie: je weet waarom je AI inzet en waarvoor, en je blijft de auteur van wat eruit voortkomt. Die combinatie vereist metacognitie: het vermogen om je eigen denken te observeren en te reguleren terwijl je met AI werkt (Sidra et al., 2025). Beide kunnen bewust worden ontwikkeld.

Promptvaardigheid als professionele geletterdheid

Daarom is promptvaardigheid belangrijk, niet als een technisch trucje, maar als een nieuwe vorm van professionele geletterdheid. Een prompt is geen instructie voor een machine. Het is de externalisatie van je denken. Hoe duidelijk je een prompt formuleert, onthult hoe duidelijk je denkt. Itereren met AI over een complex probleem is, op zijn best, een vorm van gestructureerde zelfreflectie.

Cognitieve evolutie stopt niet bij het individu. Het is ook cultureel. Organisaties die cognitief evolueren, creëren omgevingen waarin AI-gebruik transparant is, waarin uitkomsten worden bevraagd in plaats van klakkeloos geaccepteerd, waarin verantwoordelijkheid menselijk blijft, ook als de ondersteuning kunstmatig is. Ze gaan van het ondersteunde niveau, gefragmenteerd en inconsistent AI-gebruik, via versterkt, waar AI met intentie in werkprocessen is geïntegreerd, naar AI-native, waar hybride intelligentie is verweven in cultuur, strategie en collectieve besluitvorming.

Clark en Chalmers betoogden in 1998 al dat cognitie niet stopt bij de grenzen van de hersenen, maar zich uitstrekt tot de gereedschappen en omgevingen die we bewonen (Clark & Chalmers, 1998). De vraag is niet of AI deel zal uitmaken van je cognitieve infrastructuur. Dat is al het geval. De vraag is of je die infrastructuur bewust opbouwt of dat je passief toelaat dat die zich om je heen vormt.

De tweede beweging: Designevolutie

Niels Quinten, Best Goed studio

De meeste organisaties ontdekken dat hun AI niet werkt niet in de vergaderzaal, maar in de praktijk. Een systeem dat in de pilootfase goed presteerde, begint vaak barsten te vertonen wanneer het te maken krijgt met echte gebruikers: de gestresseerde arts, de analist die tussen verschillende contexten moeten switchen, de operator op de werkvloer. Dit ligt niet aan de technologie. De context heeft simpelweg blootgelegd wat in het ontwerp nooit in rekening is genomen.

De Contextkloof: Het Meest Voorkomende en Minst Besproken Probleem van AI

Dit is de contextkloof: de afstand tussen hoe AI presteert bij geïdealiseerde gebruikers in gecontroleerde omstandigheden, en hoe het zich daadwerkelijk gedraagt wanneer het wordt ingezet in de realiteit van het werk. De kloof ontstaat wanneer men ervan uitgaat dat een goed gebouwde tool van nature ook goed past bij de gebruikers, dat technische kwaliteit en menselijke pasvorm hetzelfde zijn. Maar dat is niet zo. Een junior analist en een ervaren arts kunnen voor dezelfde interface zitten, maar toch met volledig verschillende verwachtingen, stressniveaus en achtergrondkennis. Als de AI niets afweet van dat verschil, kan die geen van beiden goed bedienen.

Van Tool-Gericht naar AI-native: drie ontwerpbenaderingen

Om de contextkloof te overbruggen, moeten organisaties door drie ontwerpbenaderingen gaan. Bij tool-gericht ontwerp draait het om capaciteit: een focus op wat de AI kan, grotendeels los van wie het gebruikt of wanneer. Contextgerichte ontwerp vormt AI rond daadwerkelijk gebruik, rekening houdend met variatie in gebruikers, rollen en omstandigheden. AI-native ontwerp gaat nog een stap verder: AI is niet langer een tool die in een werkproces wordt ingevoegd, maar een wezenlijk onderdeel van het systeem zelf, dat samen evolueert met de mensen en praktijken die het ondersteunt. De meeste organisaties zitten nog ergens tussen de eerste en tweede benadering. De stap naar AI-native is een verschuiving in ontwerpfilosofie, één die dezelfde intentionaliteit vereist aan de ontwerpkant als cognitieve evolutie aan de menselijke kant. En geen enkele hoeveelheid technische tools brengt je daar.

De filosoof Merleau-Ponty betoogde ooit dat cognitie nooit losstaat van de wereld waarin ze functioneert: ze is belichaamd, contextueel en relationeel. Dourish (2001) signaleerde dit al lang voor de huidige golf van AI: mensen interpreteren technologie altijd door de bril van bestaande sociale en culturele praktijken, nooit vanuit een blanco vel. Daarom is AI-native ontwerp cruciaal: AI die de realiteit van mensen negeert, zal worden omzeild of eenvoudigweg verlaten, hoe capabel die ook is. De vraag voor leiders is niet: hebben we capabele AI geïmplementeerd? De vraag is: hebben we AI ontworpen die daadwerkelijk kan leven en zich ontwikkelen in de organisaties die we hebben, met al hun chaos, diversiteit en menselijke complexiteit?

3. De Lus van Hybride Intelligentie

Wanneer menselijk oordeel en generatieve machines elkaar ontmoeten

Henri Allegra, Homo Promptus

De voorbije 300.000 jaar hebben de Homo Sapiens zich onderscheiden door één competitief voordeel: kennis. Het vermogen om kennis op te bouwen, te organiseren en door te geven. Dat voordeel moeten we nu delen. AI weet meer dan welke individuele mens ook, haalt informatie sneller op en vergeet het overigens nooit. De vraag is niet meer wie het meest weet. De vraag is: wie denkt het beste, en met wat?

Hybride intelligentie ontstaat pas wanneer beide hierboven vernoemde bewegingen tegelijkertijd plaatsvinden: wanneer menselijk oordeel en generatieve machines een vloeiende, iteratieve samenwerking aangaan die resultaten oplevert die geen van beide alleen zou kunnen bereiken. Al in 2019 betoogden Dellermann en collega’s voor de bewuste ontwikkeling van socio-technologische ensembles: systemen die de complementaire sterke punten van menselijke en kunstmatige intelligentie combineren om collectief betere resultaten te behalen (Dellermann et al., 2019/2021). Toch presteren Mens-AI-teams consistent onder hun potentieel, niet omdat de technologie tekortschiet, maar omdat de samenwerking slecht is ontworpen. Zwakke teamcognitie, verkeerd afgestemd vertrouwen en een afwezige samenwerkingsarchitectuur zijn de echte boosdoeners (Schmutz et al., 2024). Toegang tot AI is niet het knelpunt. Volwassenheid in samenwerking wel.

Van individuele versterking naar AI-native organisaties

Cognitieve evolutie begint op individueel niveau. Maar daar mag het niet bij blijven. De organisaties die de voortrekkers zijn in een wereld van hybride intelligentie, zijn die organisaties die dit vermogen collectief verwerken in cultuur, processen en besluitvormingsarchitectuur.

Westby en Riedl toonden aan dat AI-agenten die de mentale toestanden van menselijke teamleden modelleren, gerichte interventies genereren die de collectieve intelligentie van het hele team verbeteren, meer dan wat welk menselijk lid ook alleen zou kunnen bereiken (Westby & Riedl, 2023). De implicatie is architecturaal, niet manageriaal: wanneer samenwerking tussen mensen en AI bewust wordt ontworpen, wordt het collectief écht slimmer.

Drie voorwaarden voor een AI-native organisatie

Een AI-native organisatie, dewelke fundamenteel andersis dan een gedigitaliseerde, is een organisatie waarin AI verweven is in de manier waarop mensen denken en samenwerken. Deze rust op drie onderling afhankelijke voorwaarden:

1.      Vloeiend, intentioneel en verantwoord AI-gebruik: niet als een technische laag die er bovenop komt, maar als een natuurlijke reflex die wordt toegepast met bewustzijn van de grenzen en impact.

2.      Versterkte menselijke cognitieve vermogens: waar iedereen leert om AI in te zetten als denkpartner, niet als vervanger.

3.      Collectieve hybride intelligentie: waar mensen en AI een cognitieve ruimte delen waarin informatie stroomt, zich structureert en continu verbetert.

In een AI-native organisatie staat AI niet centraal. De mens staat altijd centraal.

Van IQ en EQ naar HQ: de Hybride Quotient

Het opbouwen van dit soort organisaties vereist een nieuw soort intelligentie. Niet louter analytisch. Niet louter emotioneel. Iets dat beide combineert en overstijgt.

Onderzoekers beginnen te meten wat ze de Artificial Intelligence Quotient (AIQ) noemen: het stabiele vermogen van een individu om met AI samen te werken over verschillende taken heen (Qin et al., 2025). Maar collaboratieve intelligentie is niet alleen analytisch. Bij Homo Promptus betogen we dat het ook versterkte emotionele intelligentie vereist: het menselijke vermogen tot bewustzijn, empathie en intentionele begeleiding van een intelligent systeem. Samen vormen versterkte IQ en versterkte EQ wat wij de Hybride Quotient (HQ) noemen: geen testscore, maar een nieuwe cognitieve relatie tussen mens en machine.

De Homo promptus is daar de belichaming van. Niet degene die alles weet. Niet degene die de machine overtreft. Maar degene die weet hoe hij in samenwerking met de machine moet denken, door intuïtie en berekening, emotie en rede, creativiteit en nauwkeurigheid te combineren, terwijl deze onherleidbaar, zelfzeker mens blijft.

AI Ontwerpen voor Contextuele Empathie

Niels Quinten, Best Goed studio

Kennis alleen is geen intelligentie. Echte intelligentie is belichaamd: ze zit in de handen van de arts die onder druk stabiel blijven, in de instincten van de operator die door herhaling zijn aangescherpt, in de manier waarop het ritme van een team individuele acties in iets groters verandert. AI die dit negeert, is niet alleen beperkt, het voelt eenvoudigweg ook niet op zijn plaats.

Contextuele empathie is het ontwerpgerichte antwoord op de vraag voor vloeiend, intentioneel en verantwoord AI-gebruik. Het ontstaat wanneer AI niet alleen voor mensen wordt gebouwd, maar ook met oog voor hen: voor iemands achtergrond, niveau van expertise, de druk waar die persoon onder staat en de omgeving waarin die werkt. Een systeem dat zich aanpast, in taal, detailniveau en functionaliteit, aan deze realiteiten, doet meer dan de gebruiksvriendelijkheid verbeteren. Het schept de voorwaarden voor échte samenwerking, niet enkel ondersteuning.

Symbiotische Co-creatie

Symbiotische co-creatie ontstaat wanneer AI zo is ontworpen dat het de Hybride Quotient in de praktijk mogelijk maakt. De AI brengt mogelijkheden naar voren die de mens zou kunnen missen, terwijl de mens de AI verrijkt, uitdaagt en in context plaatst. Samen produceren ze resultaten die geen van beide alleen zou kunnen bereiken.

Daarom geloven we bij Best Goed studio in ontwerp dat niet alleen menselijke input integreert, maar ook empathie toont voor de menselijke context: het begrijpen van de ritmes van expertise, het gewicht van intentie en de onuitgesproken behoeften van het moment. Het resultaat is een samenwerking die instinctief aanvoelt, waarbij de mens leidt niet omdat het systeem een stap terugdoet, maar omdat het systeem volledig aanwezig is en het oordeel versterkt zonder het te overschaduwen.

4. Wat Staat Dit in de Weg? 

Cognitieve Luiheid: de Delegatiereflex

Henri Allegra, Homo Promptus

De weg van de minste weerstand met AI is delegatie. Vragen, accepteren, doorgaan. Geen reflectie, geen verificatie, geen oordeel. Dit is een cognitieve reflex, geen karakterfout, en die heeft een geschiedenis.

In 2008 vroeg Nicholas Carr zich in The Atlantic af of Google ons dom maakte (Carr, 2008). Zijn betoog ging niet over de zoekmachine zelf, maar over wat die ons cognitief aanleerde: scannen in plaats van lezen, opzoeken in plaats van nadenken, van URL naar URL springen in plaats van diepgaand te redeneren. Bijna twee decennia later is die cognitieve gewoonte diepgeworteld. Die reflex is nu de standaardhouding die de meeste mensen meenemen naar AI. En dat is precies de verkeerde.

Een zoekterm intikken in Google was altijd een opzoekactie. Samenwerken met AI is een denkactie. Een prompt is geen zoekopdracht, maar de externalisatie van je intentie, je context, je oordeel. Een perfect opgemaakte prompt blijft cognitief niveau nul als het denken erachter oppervlakkig is.

Een analyse van meer dan 13.000 openbaar gedeelde ChatGPT-conversaties vond een gemiddelde van slechts 1,7 berichten per sessie (WebFX, 2025). Een NBER verslag uit september 2025, gebaseerd op 1,5 miljoen conversaties van 700 miljoen wekelijkse gebruikers, toonde aan dat de helft van alle ChatGPT-interacties wordt geclassificeerd als "Vragen" oftewel het opzoeken van informatie of verduidelijking, dezelfde cognitieve houding als een zoekopdracht, maar dan in een geavanceerdere interface (Chatterji et al., 2025).

Daarom gaan we bij Homo Promptus verder dan prompting. We hebben een benadering ontwikkeld die draait om leren converseren met AI, niet alleen om het te instrueren. Het doel is niet betere prompts. Het doel is diepere samenwerking: een samenwerking waarbij de mens de auteur blijft van het denken, niet alleen de afzender van de instructie.

Vervormingen door Bedrijfsmodellen

Achter de meeste AI-adoptie in bedrijven schuilt een commerciële logica die zelden expliciet wordt gemaakt. De meest invloedrijke spelers in deze ruimte zijn geen neutrale facilitatoren; het zijn grote AI-leveranciers waarbij het primaire belang ligt in het beschermen en uitbreiden van hun bestaande bedrijfsmodellen: clouddiensten, productiviteitssuites, en abonnementen op bedrijfssoftware. Voor deze partijen is AI geen transformatieagenda, maar een retentiestrategie. Het doel is AI te integreren in vertrouwde tools en omgevingen, net genoeg om verdere investeringen te rechtvaardigen, maar niet genoeg om fundamenteel te veranderen hoe hun klanten denken en werken. Cognitieve disruptie is voor hen een risico. Cognitieve afhankelijkheid is hun product.

Deze logica leidt tot een specifiek en grotendeels onzichtbaar resultaat: de proliferatie van promptbibliotheken, voorgedefinieerde toepassingen en gecureerde AI-functionaliteiten, gepresenteerd als stimulerend, maar in de praktijk functionerend als cognitieve plafonds. Wanneer een organisatie haar medewerkers traint om te kiezen uit een menu van vooraf gekeurde prompts, bouwt ze geen AI-samenwerkingscapaciteit op. Ze vervangt de ene vorm van passief verbruik door een andere. AI gebruiken met een voorgedefinieerde prompt is een opzoekactie vermomd als intelligentie. Denken met AI, oftewel itereren, bevragen, en co-creëren, is een fundamenteel andere cognitieve betrokkenheid. De eerste schaalt gemakkelijk en houdt de leverancier in controle over de interactie-architectuur. De tweede vereist menselijke ontwikkeling die geen platform kan verpakken en verkopen.

De Technocentrische Valkuil

Niels Quinten, Best Goed studio

De meeste AI-ontwikkelingen beginnen bij de technologie: wat het model kan, welke functionaliteiten het biedt, welke mogelijkheden het ontgrendelt. Dat is een logische start. Het is ook, al te vaak, waar in termen van ontwikkeling het nadenken ophoudt. De technocentrische valkuil komt niet voort uit slechte bedoelingen; het ontstaat door een standaardoriëntatie die het systeem centraal stelt en van mensen verwacht dat ze zich daaromheen organiseren. Snelheid, kracht en nieuwigheid worden de primaire maatstaven voor succes. Menselijke behoeften, werkprocessen en oordelen worden secundair, zaken die later wel worden meegenomen, zodra de technologie af is. Het probleem is alleen dat later zelden komt.

Ontwerpen voor een Geïdealiseerde Persoon

De mensen die AI-systemen bouwen en de mensen die ze gebruiken, leven in bijna volledig verschillende werelden: andere prikkels, ander taalgebruik, andere definities van wat succes inhoudt. Bouwers optimaliseren wat ze kunnen meten: prestaties, nauwkeurigheid, en snelheid. Gebruikers navigeren op wat ze kunnen voelen: of het systeem past bij hun werkproces, of het hun vertrouwen wint, of het hen helpt bij wat ze daadwerkelijk proberen te bereiken. Wanneer de ontwerpers van AI weinig duurzaam contact hebben met degenen die het gaan gebruiken, vullen aannames de leemte. De gebruiker wordt een persona, een archetype, een gemiddelde. En AI die is gebouwd voor een verzonnen persoon, zal altijd moeite hebben om een echte persoon van waarde te zijn.

De Ruwe Randjes Gladstrijken

AI-systemen zijn van nature ontworpen voor het destilleren van patronen, het bevoordelen van waarschijnlijkheden en het neigen naar het gemiddelde. Maar de waarde van symbiose tussen mens en AI ligt niet in gemiddelden. Die ligt net in de wrijving, de tegenspraken, de koppige menselijke manieren waarop een team denkt, debatteert en struikelend iets nieuws creëert. Wanneer AI deze ruwe randjes gladstrijkt, standaardiseert het niet alleen de uitkomsten, het riskeert ook de kwaliteiten uit te hollen die een organisatie juist haar concurrentievoordeel geven. De weg vooruit is niet om enkel het model bij te sturen, maar om te ontwerpen voor de uitzonderingen: systemen bouwen die niet alleen menselijke uniekheid tolereren, maar er van afhankelijk zijn. Systemen die spanning zien als een kenmerk, niet als een bug.

5. Wat dit Betekent voor Bedrijfsleiders

Henri Allegra, Homo Promptus en Niels Quinten, Best Goed studio

1. Stop met het meten van adoptie. Begin met het meten van samenwerkingsmaturiteit.

De vraag is niet hoeveel mensen AI gebruiken. De vraag is hoe goed je organisatie met AI denkt. Volg niet alleen het gebruik, maar ook hoe vaak AI-uitkomsten worden bevraagd, verfijnd of overschreven door een gefundeerd menselijk oordeel. De verschuiving: van Return on Investment naar Return on Intention.

2. Je kunt een transformatie die vereist dat jij verandert, niet delegeren.

Cognitieve en ontwerpgerichte evolutie moeten van bovenaf worden gemodelleerd, niet van onderaf worden opgelegd. Plaats jezelf in de kamer als deelnemer in het AI-leerproces van je organisatie, niet als een sponsor die van een afstand toekijkt.

3. Stop met het implementeren van AI en begin met het integreren ervan. AI-native ontwerp is je concurrentievoordeel.

Stel de vraag: Hebben we dit ontworpen vanuit de daadwerkelijke gebruikerscontext, en niet de ideale? AI inbedden betekent bouwen vanaf echte werkprocessen, drukkingen en eigenaardigheden, niet alleen testen op functionaliteit, maar op pasvorm.

Over de Auteurs

Henri Allegra

Henri Allegra is de oprichter en president van Etikord, een adviesbureau dat verantwoorde bedrijfsmodellen en -praktijken bevordert. Daarnaast is hij de oprichter en programmaleider van Homo Promptus, het AI-transformatieprogramma van Etikord voor Europese kMOs. Zijn werk bevindt zich op het snijvlak van cognitieve evolutie, strategische transformatie en verantwoorde AI. Henri werkt met leiderschapsteams in heel Europa in het Engels, Frans en Italiaans. Je kunt connecteren met Henri op LinkedIn.

Profile Image of Co-author Henri Allegra

Niels Quinten, PhD

Niels is de oprichter van Best Goed studio, een strategisch ontwerpbureau dat bedrijven helpt evolueren wanneer AI begint te doen wat zij al jaren doen. Het kan beangstigend zijn om te beseffen dat de producten en diensten die je met jarenlange inzet hebt opgebouwd, in één klap door AI kunnen worden overgenomen. Maar disruptie schept altijd nieuwe kansen. Best Goed studio werkt met bedrijven die die kansen willen grijpen en geloven dat de weg vooruit ligt in het inzetten op de mens. Niels werkt op het snijvlak van belichaamde intelligentie, mensgerichte ontwerpfilosofie en de praktische realiteit van AI-ontwikkeling. Je kunt connecteren met Niels op LinkedIn.

A co-authored article by Niels Quinten (Best Goed studio) and Henri Allegra (Homo Promptus)

We schreven dit artikel omdat we geloven dat de belangrijkste gesprekken over AI nog niet worden gevoerd, niet met de nodige diepgang, en niet in de juiste kamers.

Als dit artikel je aan het denken heeft gezet over wat je organisatie eigenlijk aan het opbouwen is, of als het vragen heeft opgeroepen waar je nog geen antwoord op hebt, dan nodigen we je van harte uit om het gesprek aan te gaan. Neem gerust contact op met een van ons. 

Niels & Henri 

Kernthema’s: hybride intelligentie, AI-transformatie, mens-AI-samenwerking, cognitieve evolutie, samenwerkingsmaturiteit, augmentatie vs. delegatie, AI-native organisatie, mensgerichte AI-ontwikkeling

Vorig artikel The AI Shift Is Already Here. Is Your Product Strategy Still Stuck in the Past? Lees →

Nieuwsbrief

Denken over AI, product, en wat aan het veranderen is.

Geen hype, gewoon de essentie.